leeftijd wordt doofheid ...
Doofheid op latere leeftijd
Met doofheid op latere leeftijd wordt doofheid bedoeld die ontstaat nadat de spraak en taalontwikkeling zijn voltooid. Men heeft dus gewoon leren spreken en de verstaanbaarheid van de spraak is goed. Dit is een duidelijk verschil met de aangeboren doofheid of de doofheid die op zeer jonge leeftijd optreedt.
Het gehoorverlies kan plotseling ontstaan, de zogenaamde plotsdoofheid. Het gehoor kan ook in een aantal jaren verloren gaan en wordt dan laatdoofheid genoemd.
Dit laatste moet niet verward worden met de zogenaamde ouderdomsslechthorendheid, waarbij het gehoor slecht wordt door versnelde veroudering van het binnenoor.
Wanneer men op latere leeftijd doof wordt, heeft dat zeer ingrijpende gevolgen. Er ontstaan grote problemen in de onderlinge communicatie, in het zelfstandig functioneren en in het werk.